Ik hoor u denken; moeten we tegenwoordig tot de vrijdag de week er op wachten voordat er eens verslag wordt uitgebracht over de prestaties van Mom’s mannen? Geloof het of niet studenten zijn ook wel eens daadwerkelijk druk met school, dus ik ook. Los van het feit dat het vorige week zondag geen plezierige dag voor Den Dam 2 was, zal ik toch wederom verslag uitbrengen.

De sfeer begon gespannen zondagochtend 17 maart. Een enkeling was zo gespannen dat hij er letterlijk ziek van was, gelukkig had Mom dit ingecalculeerd want in grote wedstrijden laat deze bewuste speler zich eigenlijk nooit echt gelden. Mom wist in de kleedkamer direct de druk bij de spelers te leggen. Ik citeer: “Ja, goedemorgen mannen. Vandaag moeten we winnen. Dit is een zes punten wedstrijd. Als je nog wat wil dit seizoen dan moet je het vandaag laten zien.” Dat waren de toch duidelijke woorden van Marcel Mom.  Mom is geen man van de woorden, Mom is van het niet lullen maar poetsen. Iedereen wist waar ze mee af waren. Terwijl Mom zijn korte maar toch doeltreffend praatje hield kwam Roel Schadron binnen stappen. “Te laat!” Wederom was Mom doeltreffend met zijn weinige woorden. Roel zijn antwoord hierop was: “Ik kan ook nu terug naar bed gaan, zeg het maar?” Mom zweeg en Roel trok zijn kostuum aan.  Mom zijn reactie volgde later, wederom met weinig woorden.

Na een  heerlijke warming-up werd de opstelling door Marcel bekend gemaakt. Mijnheer Mijnen mocht in het hok beginnen. Voor hem stond het vaste centrum: Gerwin Cornielje en trucker Frankie Roelofsen. De rechtsbackpositie was voor Mark Bolder, zijn sterke invalbeurten van de afgelopen weken werden beloond met een basisplaats. Op linksback stond onze Gerjan Hansen. Het middenveld bestond vanaf rechts uit: Rens, ik zei de gek en Marc Welling. Voorin stond van rechts naar links: Dave Beker, hij mocht voor het eerst in 2019 in de basis beginnen. Hij had geluk dat Roel te laat was. Centraal in de spits: the one and only Golden Boy Braam. Op linksbuiting stond Marijn.  Mom passeerde Roel door hem op de bank te plaatsen (geen woorden maar daden). Tevens waren Lars en Robin ouderwets van de partij.

We wisten dat dit een hele taaie pot zou worden en al zeker met de gedachte dat we hier een wedstrijd zouden gaan spelen die beslissend kan zijn in de race om het kampioenschap. De wedstrijd begon en het ging er gelijk op, de sfeer was wederom gespannen, de spanning zorgde voor enkele felle charges. Leidsman Kemperman vond het allemaal mooi. De jongens uit Zelhem waren het toch vaak niet eens met leidsman Kemperman en dat lieten ze ook blijken ook. Kemperman was er op gegeven moment klaar mee en stuurde hier en daar wat mensen weg, zo werd o.a. de leider achter het draodje gezet.

Ondanks het lichte overwicht in het voordeel van de Den Dammers was het Zelhem die de voorsprongen wisten te pakken. Een hoge voorzet van links werd knap binnen gewerkt bij de tweede paal. Eigenlijk kon niemand persoonlijk iets verwijt worden, uit bij Zelhem liet deze spits namelijk al zien dat hij op voetbal zit. Den Dam probeerde voor rust nog wat te creeren maar de grote kansen bleven helaas uit. In de rust werden tal van open deuren ingetrapt, ik heb o.a. uitspraken horen vallen zoals; “Kom op jongens, het kan nog zat!”. “We hebben nog een hele helft om het om te buigen.” “De bal is rond.” Kortom genoeg stof en motivatie om Zelhem van een overwinning te behoeden. Verder was het eigenlijke een rustige rust met weinig huzarenstukjes.

De tweede helft begon en het was duidelijk dat Den Dam bloed rook. Direct namen de mannen van Mom het initiatief door de aanval te zoeken. Maar nu was er één probleempje en dat was dat wij gigantisch liepen te kloten, niets maar dan ook echt niets wou lukken. En u als voetballiefhebber weet dan ook dat in de wet van de voetbal staat geschreven dat als je nalaat te scoren dat de tegenstander dat wel gaat doen. Hiermee verklap ik al enigszins dat Zelhem haar voorsprong wist uit te bouwen tot 0-2. Aan de hand van dit verslag dan verwacht u wellicht dat ze uit een flauwe counter hadden gescoord ofzo. Nou was het maar zo, de werkelijkheid is anders. Ik zei de gek stond met alle goede bedoelingen achterin om de jongens hier en daar wat te ondersteunen in de verdediging. Op de een of andere manier stond ik alleen bij Mijnheer Mijnen in de zestien en ik had de bal. Het was de 92ste minuut en meerdere Den Dammers riepen dat ik de bal naar voren moest rossen. Had ik dat maar gedaan. Rechts van mij kwam namelijk het spitsje van Zelhem om de hoek heen en die zag al dat ik liep te kloten, Wouter raakte een beetje in paniek toen hij dichter bij kwam. In alle paniek besloot ik om hem op mijn eigen klassieke manier uit te kappen, in theorie en op papier klopte alles, de uitvoering was helaas minder. De alerte spits wist mij de bal te ontfutselen en op eenvoudige wijze Mijnheer Mijnen te verschalken. Wat opzicht geen uitzondering is bij Mijnheer Mijnen.

De zevende klasse reserve laat ook hier weer zien dat het een harde leerschool kan zijn voor jonge spelers zoals ik. Via deze weg wil ik mijn excuses aan bieden aan allereerst: de leider, de medespelers en de rest van de technische staf en iedereen die Den Dam een warm hart toedraagt. Direct daarna floot leidsman Kemperman voor het eindsignaal. De clash of the titans was gespeeld, het kampioenschap lijkt verder weg dan ooit. De vraag is nu of Mom nog een truckje achter de hand heeft waarmee hij de inhaalrace kan inzetten?